Column Erina: Parfum

Vierenveertig. 44 nieuwe mensen kwamen er afgelopen jaar in Heesch wonen. Het stond ook in deze krant en ik was er een van. Nog steeds verwonder ik me over gebruiken en gewoonten die hier heel normaal zijn, maar die ik nog nooit heb meegemaakt. Zo ben ik gewend om welkom geheten te worden in mijn nieuwe woongemeente. Met een welkomstpakketje, of een jaarlijkse nieuwe-inwoners-avond.  Allemaal bedoeld om me snel en lekker thuis te voelen in mijn nieuwe omgeving. Bedoeld ook om de gemeente een gezicht te geven, net als mijn lokale volksvertegenwoordigers. Natuurlijk vertellen ze dan ook de dingen die de overheid van me verwacht als ik een beste brave burger zou willen zijn. 

Maar in Heesch is dat anders. In mijn nieuwe straat maakte ik al veel kennissen. Iedereen is vriendelijk en heet me welkom. En steevast begint elke straatgenoot met de vraag: ”Waar uit Heesch kom je vandaan?” Waarop ik iedere keer moet uitleggen dat ik niet uit Heesch kom en desondanks toch geen alien ben. Waar mijn roots liggen of vanuit welke windstreek ik ervaringen meebreng, is geen onderwerp van gesprek. Kennelijk tellen alleen de Bernhezer jaren. Ik vraag me af hoe ik deze achterstand ooit kan inlopen. 

Want mooi wonen is het wel, in dit mooie Bernheze. Ik geniet van alle bloemperken met krokussen en narcissen. Overal steken ze de kop op en maken het verder nog winterse landschap blij en vol verwachting van de lente. De bermkrokussen ogen iel en kwetsbaar. Ze hebben frele kleuren maar staan parmantig hun mannetje in de vieze uitlatenlucht.

Als ik de woonwijk inrijd, bots ik bijna op de perken met narcissen. Ze kondigen de Pasen aan, met hun vrolijke gele kleur. Het zijn net zonnetjes die je welkom heten.

Deze week stonden er twee meisjes in het perk. De een met schattige vlechten, de ander blonde krullen. Misschien waren het wel zusjes van zes en acht. Met hun kleurige kleding pasten ze precies bij het veldje van de aankomende lente. 

Toen ze zich bukten, zag ik de grote plastic tassen die ze bij zich hadden. De gele kelken verdwenen erin met bosjes. Ik vroeg wat ze deden. Ze vonden ze het heel gewoon om “bloemen plukken” te antwoorden. Enige schroom hadden ze niet. Besef dat de bloemen van iedereen waren, ook niet. Ze gingen er parfum van maken, zeiden ze. De rest van de dag heb ik me afgevraagd of het soms toch handig kan zijn voor iedereen, om vreemde ideeën van buiten-bernhezers wat nader te overdenken.

 

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl